Maatschappij ontwrichtende rechtspersonen kunnen verbodenverklaring tegemoet zien

Gepubliceerd op: 28 januari 2019

In het Burgerlijk Wetboek is al geregeld dat rechtspersonen die qua werk en doel niet stroken met de openbare orde, op verzoek van het openbaar ministerie door de rechtbank kunnen worden ontbonden. In de nieuwe wet wordt de inhoud van het begrip “openbare orde” verduidelijkt en wordt ook de toepassing van het artikel in het Burgerlijke Wetboek vergemakkelijkt.

Concreet komen de plannen er op neer dat het niet meer uitmaakt of de werkzaamheid of het doel van een rechtspersoon in strijd komt met de openbare orde. Zowel in het ene als in het andere geval is een verbodenverklaring mogelijk. Het begrip “openbare orde” wordt genormeerd en de bewijslast voor het openbaar ministerie wordt verplicht. Dat komt tot uitdrukking in het uitgangspunt dat bepaalde activiteiten en doelen sowieso in strijd met de openbare orde worden geacht.

Bestuurders en de hoogste leidinggevenden van een verboden verklaarde rechtspersoon krijgen te maken met een bestuursverbod van vijf jaar. De rechter kan ook na vereffening het batig saldo van de verboden verklaarde rechtspersoon aan de staat toekennen. Daarnaast wordt de strafrechtelijke aansprakelijkheid verzwaard met een hogere strafmaat.

Tot slot worden onder de nieuwe wet ook bijzondere opsporingsbevoegdheden mogelijk gemaakt om te voorkomen dat de verboden rechtspersonen toch op een of andere manier wordt voortgezet.

Wilt u meer weten over het oprichten van en de regels voor het ondernemen in de vorm van een rechtspersoon? Bel ons voor het maken van een afspraak.